ECLI:NL:RBZWB:2020:1467
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Peters
- L.P. Hertsig
- V.E.H.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vergunning en ontheffing voor asfalteren en bouwoprit Nieuwehovendijk
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het waterschap Scheldestromen waarbij een tijdelijke ontheffing en een watervergunning zijn verleend aan een derde partij voor het asfalteren van een deel van de Nieuwehovendijk en het aanleggen van een tijdelijke oprit naar een bouwterrein.
De rechtbank heeft het geschil behandeld en beoordeeld of de verleende ontheffing en vergunning in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving, waaronder de Keur van het waterschap en de Waterwet. Eisers voerden aan dat de bouwroute verkeersonveilig is en dat de asfaltering en oprit het waterbergend vermogen negatief beïnvloeden.
De rechtbank oordeelt dat het waterschap voldoende maatregelen heeft genomen om de verkeersveiligheid te waarborgen, zoals het verplicht inzetten van verkeersregelaars en herstel van bermschade. Daarnaast is door vaktechnische berekeningen vastgesteld dat de asfaltering slechts een geringe invloed heeft op de waterkering en dat het waterbergend vermogen door een duiker onder de oprit behouden blijft.
De overige bezwaren van eisers zijn niet relevant voor de toetsingscriteria. De rechtbank concludeert dat er geen rechtsgrond bestaat om de ontheffing en vergunning te weigeren en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de verleende ontheffing en watervergunning worden ongegrond verklaard.