Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op zijn aanvraag tot herbeoordeling van het recht op een WIA-uitkering. De rechtbank heeft het beroep versneld behandeld en op basis van de stukken vastgesteld dat het UWV de beslistermijn van acht weken heeft overschreden. De gemachtigde van eiser had het UWV op 13 december 2019 in gebreke gesteld en twee weken daarna beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk gegrond is, aangezien het UWV nog geen beslissing heeft genomen. Ten aanzien van de dwangsomverplichting heeft het UWV inmiddels een beslissing genomen en toegezegd het maximale dwangsombedrag te betalen, waardoor dat onderdeel van het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser en stelt deze vast op € 262,50. Vanwege de bijzondere situatie rondom de COVID-19 maatregelen bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en verzenden, zonder oplegging van een dwangsom. Het beroep wordt voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard, voor het overige niet-ontvankelijk.