Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 27 maart 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , wonende te [plaatsnaam] , eiser, gemachtigde: mr. E. Türk,
Procesverloop
Overwegingen
3. Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 23 juli 2019 gegrond;
- draagt het UWV op
- verklaart het beroep overigens niet-ontvankelijk;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 262,50.