ECLI:NL:RBZWB:2020:1496
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beslissing geheimhouding interne stukken in belastingzaak
De geheimhoudingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 maart 2020 besloten dat het verzoek van de inspecteur van de Belastingdienst om geheimhouding van bepaalde interne stukken gerechtvaardigd is. Het verzoek betrof interne aantekeningen en e-mailberichten die betrekking hebben op intern beraad en intercollegiale toetsing in het kader van een controleonderzoek.
Belanghebbende verzette zich tegen het verzoek, stellende dat er geen gewichtige redenen waren om de stukken geheim te houden. De rechtbank heeft echter een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming en het belang van de inspecteur bij vertrouwelijkheid.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de inspecteur om in vrijheid en vertrouwelijkheid intern beraad te voeren zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende. Tevens werd aangenomen dat relevante informatie uit het intern beraad is verwerkt in het controlerapport dat aan belanghebbende is verstrekt. Daarom is het verzoek om geheimhouding op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb toegekend.
De beslissing werd genomen zonder mondelinge behandeling vanwege de aard van de procedure en de wens van partijen. Tegen deze beslissing kan alleen tegelijk met het hoger beroep tegen de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Verzoek van de inspecteur om geheimhouding van interne stukken wordt toegewezen wegens gewichtige redenen.