ECLI:NL:RBZWB:2020:1520
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing aanvraag AIO-aanvulling wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) tot afwijzing van zijn aanvraag voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Hij verzocht om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter besloot zonder zitting te doen op grond van artikel 8:83 Awb Pro.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij financiële geschillen spoedeisend belang slechts in uitzonderlijke gevallen aanwezig is, bijvoorbeeld bij acute financiële nood of onomkeerbare situaties. Verzoeker stelde dat hij onder het bijstandsniveau leeft en niet langer kan lenen van familie, maar kon dit onvoldoende onderbouwen met stukken die acute nood of onomkeerbare situatie aantonen.
Daarnaast was reeds in een eerdere procedure geoordeeld dat verzoeker onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn vermogenspositie, met name over twee koopsommen van € 50.000,- die zijn dochter en schoonzoon aan hem verschuldigd zouden zijn. Dit gebrek aan duidelijkheid bleef bestaan, waardoor het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is.
Gezien het ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.