Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering niet uit te betalen vanwege een maatregel. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. De gemachtigde van eiseres stelde het UWV in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is omdat het UWV de beslistermijn overschreed en nog geen beslissing op bezwaar had genomen. Gezien de coronamaatregelen werd een termijn van zes weken gesteld waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen, zonder oplegging van een nieuwe dwangsom.
De rechtbank stelde vast dat het maximale bedrag van € 1.442,- aan dwangsommen is verbeurd en veroordeelde het UWV in de proceskosten van € 262,50. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.