ECLI:NL:RBZWB:2020:1626
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van Orionis Walcheren tot intrekking van haar bijstandsuitkering en terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, omdat zij volgens het college een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon. De voorzieningenrechter heeft op basis van het rapport van de sociale recherche vastgesteld dat verzoekster niet op haar opgegeven adres woonde, maar bij de ander, waar zij een gezamenlijke huishouding voert.
Verzoekster voerde aan dat zij een LAT-relatie heeft en haar hoofdverblijf op haar eigen adres is, met beperkte aanwezigheid bij de ander. Zij ontkende wederzijdse zorg en stelde dat zij na een operatie tijdelijk meer bij de ander verbleef zonder intrek te hebben genomen. De sociale recherche vond echter meerdere persoonlijke bezittingen van verzoekster op het adres van de ander en concludeerde dat sprake is van gezamenlijke huishouding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Orionis op voldoende feitelijke gronden het besluit tot intrekking en terugvordering heeft genomen en dat verzoekster geen spoedeisend belang had bij schorsing van het besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van de bijstand wordt afgewezen.