Eiser, geboren in 1948 en met een persoonlijkheidsstoornis, ontving sinds 2010 individuele begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb). Na een aanvraag voor 1 uur extra begeleiding per week door een specifieke begeleidster werd dit verzoek afgewezen. De gemeente kende een pgb toe voor 3 uur begeleiding per week, verdeeld over twee organisaties, maar wees de aanvraag voor begeleiding door de gewenste begeleidster af vanwege onvoldoende onderbouwing en overlap met bestaande begeleiding.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een pgb voor meerdere jaren toe te kennen in plaats van slechts één jaar, vanwege de administratieve lasten en het belastende beoordelingsproces. De rechtbank oordeelde dat de gemeente binnen haar beleidsvrijheid de duur van het pgb mag bepalen en dat er een gerechtvaardigd belang is om de toekenning voor een beperkte periode te laten gelden.
De rechtbank nam mee dat eiser een deel van het pgb gebruikte voor taken waarvoor het niet bedoeld was, en dat er behoefte is aan regelmatige evaluatie van de begeleiding. Hoewel de wens van eiser begrijpelijk is, is het besluit van de gemeente om het pgb voor één jaar toe te kennen terecht. De gemeente toonde zich bereid om intern overleg te voeren over mogelijke verbeteringen in het beoordelingsproces.