ECLI:NL:RBZWB:2020:1643
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing kinderopvangtoeslag schuld
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de aflossing van een schuld van € 8.211,- die is ontstaan door terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees deze aanvraag af en verklaarde haar bezwaren ongegrond. Eiseres stelt dat zij geen verwijt treft voor het ontstaan van de schuld, omdat zij tijdens haar vlucht uit Ethiopië haar echtgenoot uit het oog verloor en pas laat herenigd werd. Zij wijst ook op stressgerelateerde lichamelijke klachten.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in 2016 een bijstandsuitkering ontving en dus over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, waardoor artikel 13 lid 1 onder Pro g van de Participatiewet bijstandsverlening in de weg staat. De rechtbank overweegt dat het ontbreken van verwijtbaarheid geen zeer dringende reden vormt voor bijzondere bijstand. Ook de medische informatie en het artikel van Sociaal Raadsliedenwerk bieden geen aanleiding om een acute noodsituatie aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst de vordering af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.