Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 3 april 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal heeft een omgevingsvergunning verleend aan een vergunninghouder voor het plaatsen van een antennemast van maximaal 29,27 meter hoog. Verzoeker, wonende op circa 100 meter afstand, maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker belanghebbende is omdat hij gevolgen van enige betekenis ondervindt, gezien de zichtbaarheid van de mast vanuit zijn woning. Het college had het positieve advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) gevolgd, dat na aanvankelijk negatief advies concludeerde dat de mast voldoet aan redelijke eisen van welstand, mede vanwege de beperkte gebruikstijden en de geringe beeldimpact.
Hoewel het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, is het college bevoegd om hiervan af te wijken en heeft het een belangenafweging gemaakt die redelijk is. De voorzieningenrechter vond dat de antennemast, mede door de voorwaarden omtrent gebruikstijden en hoogte in ruststand, geen onevenredig nadeel voor verzoeker oplevert.
Verzoeker stelde dat het besluitvormingsproces onzorgvuldig was en dat alternatieven onvoldoende waren onderzocht, maar deze gronden werden verworpen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de antennemast wordt afgewezen.