Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 mei 2019;
- de van de zijde van [eiser] aan de rechtbank toegezonden producties 19 tot en met 25;
- het proces-verbaal van de op 17 september 2019 gehouden comparitie en de ter gelegenheid daarvan door mr. Doelman overgelegde spreekaantekeningen;
- de akte overlegging producties van IBS c.s., met producties;
- de antwoordakte.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Comsys/Van den End). Door vervolgens geen enkele maatregel te nemen ter bescherming van het belang van [eiser] waardoor zijn salaris en kosten voor een groot deel onbetaald zijn gebleven, heeft IBS niet aan die zorgplicht voldaan en heeft zij jegens [eiser] onrechtmatig gehandeld. Dat geldt te meer nu IBS c.s. geen inzicht heeft gegeven in de opbrengsten van de door Gersys verrichte werkzaamheden die haar ten goede zijn gekomen.