ECLI:NL:RBZWB:2020:1729
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag beheerder explosieven vanwege strafbeschikking harddrugsbezit
Eiser verzocht om toevoeging als beheerder explosieven en munitie op een ontheffing van IDDS Explosieven B.V. De minister wees de aanvraag af op grond van een onherroepelijke strafbeschikking wegens overtreding van de Opiumwet (bezit van 0,7 gram cocaïne). Eiser voerde aan dat de hoeveelheid gering was en dat hij 20 jaar onberispelijk als beheerder had gefunctioneerd.
De rechtbank overwoog dat het bezit van harddrugs, ook in geringe mate, een zwaarwegende reden is om het vertrouwen in de betrokkene te betwijfelen, mede gelet op het restrictieve beleid en de bijzondere positie van vergunninghouders. De strafbeschikking was onherroepelijk en viel binnen de terugkijktermijn van acht jaar. Het feit dat eiser al beheerder was bij een andere ontheffing en dat hij een voorwaardelijk sepot had, versterkte de bezwaren.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht het belang van de veiligheid van de samenleving zwaarder heeft gewogen dan het persoonlijke belang van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag als beheerder explosieven wordt ongegrond verklaard.