ECLI:NL:RBZWB:2020:1731

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 april 2020
Publicatiedatum
10 april 2020
Zaaknummer
AWB- 20_1047 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht bij bestuurlijke boete BRP

Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete van €197,57 wegens het niet uitschrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP) op een oud adres.

De rechtbank heeft verzoeker schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen 14 dagen na verzending van de mededeling. Ondanks deze waarschuwing heeft verzoeker het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft de voorzieningenrechter de behandeling ter zitting achterwege gelaten en het verzoek zonder inhoudelijke behandeling afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De uitspraak is op 10 april 2020 gepubliceerd en er staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: 20/1047 BRP VV
uitspraak van 10 april 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak van
[naam verzoeker],wonende te [woonplaats], verzoeker,
gemachtigde: D.J. Wassink
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,verweerder.

1.Procesverloop

Verzoeker heeft bij brief van 27 januari 2020, door de rechtbank ontvangen op 12 februari 2020, verzocht om een voorlopige voorziening met betrekking tot een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete van € 197,57.
De rechtbank heeft aan verzoeker medegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen 14 dagen na verzending van de desbetreffende brief moet worden betaald en dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.
De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behandeling ter zitting achterwege gelaten.

2.Beoordeling

In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Verzoeker is schriftelijk gewezen op deze verplichting.
De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen.
Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de voorzieningenrechter de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.

3.Beslissing

De voorzieningenrechter:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, en door deze en mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, ondertekend.
Openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl op vrijdag 10 april 2020.
P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Afschrift verzonden op: