ECLI:NL:RBZWB:2020:1755
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor kappen bomen en houtwallen in Oosterhout
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout om een omgevingsvergunning te verlenen aan een derde partij voor het kappen van 36 bomen en houtwallen op een perceel buiten de bebouwde kom. De vergunning is verleend om het gebied woonrijp te maken en het maaiveld op te hogen conform het bestemmingsplan, waarbij de bomen niet te handhaven zijn.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vergunning is getoetst aan de weigeringsgronden van de gemeentelijke APV, waaruit bleek dat er sprake is van aantasting van natuur- en beeldbepalende waarde, maar dat het belang van het woongebied en de noodzakelijke grondophoging zwaarder wogen. Tevens is een herplantplicht opgelegd ter compensatie.
Verzoekster stelde dat aanvullende vergunningen en meldingen vereist waren en dat een analyse van natuurwaarde ontbrak, maar de rechter oordeelde dat deze bezwaren niet opgingen omdat het bestemmingsplan onherroepelijk is en de kap noodzakelijk is voor de woonbestemming. Ook het convenant waar verzoekster zich op beroept, betrof niet de woonbestemming.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T. Peters op 13 maart 2020 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en houtwallen is afgewezen.