ECLI:NL:RBZWB:2020:1756
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verlaging maandbedrag aflossing studieschuld
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van DUO waarin het maandbedrag van haar studieschuldaflossing is vastgesteld op €2.156,70 per maand vanaf januari 2020. Zij stelt dat zij dit bedrag niet kan betalen vanwege haar bijstandsuitkering en vreest incassomaatregelen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting te behandelen. Uit de stukken en telefonisch overleg met DUO blijkt dat het maandbedrag per 1 februari 2020 al is verlaagd naar €0,-. Tevens is DUO bereid om een betalingsregeling te treffen die aansluit bij de financiële situatie van verzoekster.
Gezien deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.