ECLI:NL:RBZWB:2020:1758
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen Participatiewet-uitkering
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het dagelijks bestuur van Werkplein Hart van West-Brabant om zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Participatiewet buiten behandeling te stellen. Dit besluit was gebaseerd op het ontbreken van een taxatierapport van het schip waarop verzoeker woont, een vereiste voor de beoordeling van de aanvraag.
Verzoeker overwoog dat het taxatierapport onnodig duur was en dat het schip geen waarde had. Hij heeft uiteindelijk een taxatierapport overgelegd, maar pas na het bestreden besluit. De voorzieningenrechter overweegt dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:5 Awb Pro de aanvraag mag weigeren als gegevens ontbreken en de aanvrager niet binnen de gestelde termijn heeft aangevuld.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker geen nieuwe aanvraag heeft ingediend nadat zijn gemachtigde op 31 januari 2020 over het taxatierapport beschikte. Ook is het bestuursorgaan niet verplicht om later overgelegde gegevens mee te nemen in de heroverweging. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van redenen om van deze discretionaire bevoegdheid gebruik te maken, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Verzoeker leeft in een nijpende situatie, maar de rechter kan niet vooruitlopen op de heroverweging door het bestuursorgaan. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de uitkeringsaanvraag wordt afgewezen.