Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
maandag 24 februari 2020 te
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De officier van justitie verzocht op 14 februari 2020 om verlenging van een crisismaatregel die op 13 februari 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis. De maatregel betreft verplichte zorg zoals medicatie, beperking van bewegingsvrijheid en insluiting.
Tijdens de mondelinge behandeling op 17 februari 2020 waren de officier van justitie, betrokkene met advocaat, behandelaar, co-assistent en verpleegkundige aanwezig. De officier van justitie vroeg om aanhouding van het verzoek wegens het ontbreken van een passende plek op grond van de Wet Zorg en Dwang, terwijl betrokkene stelde dat het goed met haar ging. De behandelaar benadrukte het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, onder meer door recente noodsituaties.
De rechtbank constateerde dat er nog geen perspectiefbiedende plek beschikbaar is en besloot de behandeling aan te houden tot 24 februari 2020 om het verzoek verder te bespreken. Alle betrokkenen werden opgeroepen te verschijnen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank houdt het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel aan in afwachting van een passende plek op grond van de Wet Zorg en Dwang.