Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 17 april 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de boete is bepaald op € 30.800,00;
- bepaalt dat de boete € 10.875,00 bedraagt;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,00 aan eiseres te vergoeden.