ECLI:NL:RBZWB:2020:1946
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging zorgovereenkomst
Verzoekster, een zorgaanbieder op het gebied van dagbesteding en individuele begeleiding voor jongeren, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om de mogelijkheid tot het inkopen van zorg bij haar organisatie per 1 maart 2020 te beëindigen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening en oordeelde dat er onvoldoende sprake was van onverwijlde spoed. Verzoekster stelde dat zij door het besluit financieel in een onhoudbare situatie zou komen en faillissement dreigde, maar de overgelegde financiële stukken waren onvoldoende om dit aannemelijk te maken.
Daarnaast was niet gebleken dat er een onomkeerbare situatie dreigde. De voorzieningenrechter overwoog dat doorbetaling aan zorgverleners die zzp'er zijn niet verplicht is bij minder werk en dat het persoonsgebonden budget niet bedoeld is voor huur of boodschappen.
Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het besluit zelf. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.