ECLI:NL:RBZWB:2020:1947
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging zorgovereenkomst door gemeente Goirle
Verzoekster, een zorgaanbieder voor jongeren met indicaties op grond van de Wmo 2015, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle om de zorgovereenkomst met haar organisatie per 1 maart 2020 te beëindigen. Dit besluit volgde op een onderzoek van toezichthouders naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van de zorgverlening, waarbij conceptrapporten zijn vastgesteld zonder dat verzoekster een zienswijze heeft ingediend.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van onverwijlde spoed om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekster stelde dat zij door het besluit in financiële nood verkeert en faillissement dreigt. Ter onderbouwing overhandigde zij bankafschriften en facturen, maar deze boden onvoldoende inzicht in een acute financiële noodsituatie of onomkeerbare situatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster vanaf 1 maart 2020 niet meer verplicht was zorg te leveren en dat het doorleveren van zorg voor eigen risico was. Bovendien is het pgb niet bedoeld voor betaling van huur of boodschappen. Gezien het ontbreken van onverwijlde spoed werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de zorgovereenkomst is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.