ECLI:NL:RBZWB:2020:1954
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bestuursdwang gemeente Tilburg
Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Het bezwaar betrof een besluit van 21 februari 2020 tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang. De voorzieningenrechter vroeg om een afschrift van het besluit en het bezwaarschrift, alsmede een toelichting op het spoedeisend belang.
Verzoekster reageerde niet tijdig op het verzoek om nadere informatie, ondanks een telefonische toelichting door de griffier. De rechtbank ontving wel stukken van het college, waaronder het bestuursdwangbesluit van 21 februari 2020, een besluit van 13 maart 2020 waarin kosten werden opgelegd, en een bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 13 maart 2020.
Omdat niet was gebleken dat bezwaar was gemaakt tegen het bestuursdwangbesluit van 21 februari 2020, kon geen voorlopige voorziening worden getroffen tegen dat besluit. Tevens werd het spoedeisend belang niet toegelicht, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De voorzieningenrechter nam aan dat verzoekster ten onrechte de datum van 21 februari 2020 had genoemd in plaats van 13 maart 2020.
De uitspraak is gedaan op 24 april 2020 door mr. T. Peters en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van bezwaar tegen het bestuursdwangbesluit en het ontbreken van een spoedeisend belang.