ECLI:NL:RBZWB:2020:1956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering handhaving vervallen pand
Verzoekster, eigenaresse van een vervallen pand, heeft de gemeente Breda verzocht handhavend op te treden tegen de slechte onderhoudssituatie van het pand, waarbij onder meer het dak ontbreekt en balken verrot zijn. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen omdat de gebreken niet zodanig ernstig zijn dat er sprake is van acuut instortingsgevaar. De gemeente adviseerde een tijdelijke dakafwerking, bijvoorbeeld met een zeil, om verdere schade te voorkomen.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de rechtbank. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er sprake is van onverwijlde spoed. Gezien het ontbreken van acuut gevaar en het advies van de gemeente om het pand tijdelijk wind- en waterdicht te maken, is geen spoedeisend belang aanwezig.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering tot handhaving van het vervallen pand wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.