ECLI:NL:RBZWB:2020:2098
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering omgevingsvergunning splitsing aanbouw tot zelfstandige woning
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan om een aanbouw bij zijn woning af te splitsen en als zelfstandige woning te gebruiken. Het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de verleende vergunningen uit 2012 en 2015 betrekking hadden op een woning met aanbouw, niet op twee zelfstandige woningen. De aanvraag voor splitsing was in strijd met het bestemmingsplan, omdat de aanbouw buiten het bouwvlak was gebouwd en niet in de voorgevelrooilijn. Ook was het bouwplan niet in overeenstemming met het bestemmingsplan "Kom [plaatsnaam] 2018".
De rechtbank stelde vast dat het college niet verplicht is om eerdere procedurefouten te herhalen en dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing is omdat de situatie van eiser verschilt van andere locaties. De belangen van eiser, ook die van zijn gehandicapte echtgenote, konden niet leiden tot vergunningverlening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de splitsing van de aanbouw tot zelfstandige woning wordt ongegrond verklaard.