Eiser, werkzaam als stoffeerder, ontving een Ziektewetuitkering vanwege rugklachten en psychische problemen. Na meerdere beoordelingen beëindigde het UWV de uitkering per 13 april 2019, omdat eiser niet volledig arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door verzekeringsartsen die rekening hielden met alle klachten, waaronder rug-, psychische klachten en verslavingsproblematiek. De artsen concludeerden dat eiser niet voldoet aan de criteria voor volledige arbeidsongeschiktheid, mede gelet op zijn activiteiten in het dagelijks leven.
Een arbeidsdeskundige stelde dat eiser geschikt is voor bepaalde functies, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. Omdat eiser geen overtuigende tegenargumenten aanvoerde, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering.