Eiser, werkzaam als heftruckchauffeur, is sinds juli 2014 arbeidsongeschikt vanwege medische klachten. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 4 februari 2019 vast op 74,23%, wat eiser betwistte. De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van verzekeringsartsen en concludeerde dat deze zorgvuldig en in lijn met geldende protocollen zijn opgesteld. De subjectieve klachten van eiser, waaronder pijn en psychische problemen, zijn erkend maar niet doorslaggevend voor de objectieve vaststelling van beperkingen.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiser geschikt is voor bepaalde functies, passend bij zijn beperkingen, opleiding en ervaring. Eiser voerde aan dat deze functies niet passend zijn, maar de rechtbank vond de onderbouwing onvoldoende. De berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage is daarmee terecht vastgesteld op 74,23%.
Eiser vroeg tevens een schadevergoeding wegens een eerdere fout van het UWV in een besluit uit 2018, die leidde tot een nabetaling en belastingheffing. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek buiten de reikwijdte van de procedure valt en wees het af. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.