ECLI:NL:RBZWB:2020:2286
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Breda in proceskosten wegens niet tijdig beslissen bijzondere bijstand
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Breda op haar bezwaar tegen het niet verlenen van bijzondere bijstand voor griffierecht. Het college nam uiteindelijk op 27 februari 2020 alsnog een besluit op het bezwaar, waarna het beroep werd ingetrokken met het verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het college gedeeltelijk aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen, ondanks dat dit kort na de kennisgeving van het beroep was. De beslistermijn en de termijn na ingebrekestelling waren ruimschoots verstreken, zodat het beroepschrift aan de vereisten voldeed.
Hoewel het college op grond van de Awb het griffierecht aan verzoekster moet vergoeden, veroordeelde de rechtbank het college ook in de proceskosten. Gelet op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep werd het gewicht van de zaak als licht aangemerkt, waardoor de proceskosten werden vastgesteld op € 262,50 met een wegingsfactor van 0,5.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Breda is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 262,50 wegens niet tijdig beslissen.