ECLI:NL:RBZWB:2020:2287
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Belastingdienst in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in bezwaar huurtoeslag
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin zijn bezwaar tegen de voorschotbeschikking huurtoeslag 2017 niet-ontvankelijk werd verklaard. De Belastingdienst/Toeslagen herzag dit besluit gedeeltelijk bij een nieuw besluit van 7 februari 2020. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank de Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb, bij intrekking van het beroep vanwege gedeeltelijke tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan in de proceskosten kan worden veroordeeld. De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen inderdaad gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen.
De proceskosten werden vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €47,- door de Belastingdienst/Toeslagen aan verzoeker moet worden vergoed, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst/Toeslagen in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €525,-. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 22 mei 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €525,-.