ECLI:NL:RBZWB:2020:2288
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep WOB
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar WOB-aanvraag inzake een handhavingstraject tegen illegale bebouwing. Het college van burgemeester en wethouders van Goirle heeft uiteindelijk op 10 februari 2020 besloten de gevraagde stukken te verstrekken. Hierna trok verzoekster het beroep in en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college stelde dat portokosten niet voor vergoeding in aanmerking komen vanwege het limitatieve karakter van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en dat ook het griffierecht niet genoemd wordt in het Bpb, waardoor vergoeding daarvan niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank overwoog dat het college inderdaad aan verzoekster is tegemoetgekomen en dat in beginsel proceskostenvergoeding mogelijk is. Echter, portokosten vallen niet onder de in het Bpb genoemde vergoedbare kosten en komen dus niet voor vergoeding in aanmerking. Het griffierecht dient het college op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb zelf te vergoeden, zodat een proceskostenveroordeling daarvoor niet nodig is.
De rechtbank heeft geen andere kosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen en wijst daarom het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat portokosten niet vergoed worden en het griffierecht door het college wordt vergoed.