ECLI:NL:RBZWB:2020:2429

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
8 juni 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2301
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbParticipatiewet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar Participatiewet

Eiser ontving sinds januari 2012 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg trok in november 2018 het recht op bijstand van eiser in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden.

Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank overwoog dat eiser in het beroepschrift wel gronden had aangevoerd, maar deze niet gericht waren tegen de niet-ontvankelijkverklaring zelf. Daarom werd het beroep kennelijk ongegrond verklaard en werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.

Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J.G. Römers en griffier M. Azmi op 3 juni 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 19/2301 PW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2020 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser

gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 13 november 2018 (primaire besluit) heeft het college eisers recht op bijstand op grond van de Participatiewet ingetrokken en de teveel aan eiser verstrekte bijstand teruggevorderd.
In het besluit van 7 februari 2019 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Met toepassing van 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Eiser ontvangt sinds januari 2012 een uitkering op grond van de Participatiewet volgens de norm van alleenstaande.
2. In het primaire besluit heeft het college het recht op bijstand van eiser ingetrokken en het teveel verstrekte bedrag teruggevorderd.
Bij het bestreden besluit heeft het college op grond van artikel 6:5, aanhef en onder d, van de Awb en op grond van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van bezwaar.
3. Eiser heeft in zijn beroepschrift verwezen naar zijn bezwaarschrift en verzocht die gronden als herhaald en ingelast te beschouwen. Hij heeft geen zelfstandige beroepsgronden aangevoerd tegen het bestreden besluit.
Op grond van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk ongegrond is.
4. De rechtbank overweegt dat in beroep wel gronden zijn aangevoerd, maar die gronden zijn niet gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Daarom zal het beroep kennelijk ongegrond worden verklaard.
5. Er is geen reden een proceskostenveroordeling uit te spreken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Azmi, griffier op 3 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.