Uitspraak
1.Procesverloop
2.Standpunt van de officier van justitie
3.Standpunt van betrokkene
Standpunt van de geneesheer-directeur aangewezen ex artikel 5:4 Wvggz Pro en van psychiater Hagenauw
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, die lijdt aan meerdere psychische stoornissen en een verstandelijke handicap. Betrokkene verblijft al geruime tijd in een beschermde woonvoorziening, waar hij goed functioneert en graag wil blijven. Diverse deskundigen bevestigen de noodzaak van verplichte zorg vanwege het hoge recidivegevaar en de wilsonbekwaamheid van betrokkene.
De rechtbank constateert echter dat de woonvoorziening geen accommodatie is zoals bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Wvggz, omdat deze niet is opgenomen in het locatieregister dwang in de zorg. Hierdoor kan de gevraagde verplichte opname niet worden toegewezen. Een verblijf op vrijwillige basis met ambulante verplichte zorg zou een alternatief kunnen zijn, maar dit is niet door de officier van justitie gevorderd.
Gezien het ontbreken van een passende accommodatie en het ontbreken van een verzoek tot ambulante zorg, ziet de rechtbank onvoldoende grond om ambtshalve een zorgmachtiging toe te kennen. Daarom wordt het verzoek afgewezen. De beslissing is genomen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 9 juni 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geregistreerde accommodatie.