ECLI:NL:RBZWB:2020:2439
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak niet tijdig beslissen aanvraag smartengeld politie ongegrond verklaard
Eiseres diende een aanvraag in voor smartengeld op grond van artikel 54a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). De korpschef (opposant) nam niet tijdig een besluit, waarop eiseres beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een dwangsom vast.
De opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak, stellende dat een tweede invaliditeitspercentage door een deskundige moest worden vastgesteld voordat een besluit kon worden genomen, waardoor de beslistermijn niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat opposant zijn standpunt niet tijdig had ingebracht en dat uit de stukken bleek dat geen tweede percentage was aangevraagd of vastgesteld. De beslistermijn van acht weken was overschreden, waardoor de ingebrekestelling niet prematuur was en het beroep terecht gegrond werd verklaard.
Opposant verzocht ook om een langere termijn voor het alsnog nemen van een besluit, maar de rechtbank vond dat voldoende tijd was verstreken om het deskundigenonderzoek uit te voeren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet van de korpschef tegen de uitspraak over het niet tijdig beslissen op de aanvraag smartengeld wordt ongegrond verklaard.