Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- 1.70 meter - 1.80 meter lang; zij is zelf 1.60 meter en de jongen was een kop groter
- lichtblond, rossig kort en piekerig haar;
- puistjes in het gezicht;
- ogen dicht bij elkaar;
- zwart/grijze lange spijkerbroek, leek versleten;
- donkere kleding.
De jongen fietste haar een paar keer voorbij. Zij liep toen naar de voordeur van haar huis aan de [adres 2] te Tilburg om haar fiets te pakken. De jongen zette toen aan en stopte. Zij liep toen naar de poort achter haar huis. Die jongen stond toen ook bij de poort en vroeg de weg naar [Naam 6] . Vervolgens stak zij de sleutel in het slot van de poort en de jongen kwam achter haar staan en deed zijn handen boven haar schouders op de poort. Zij voelde dat zijn middel haar opzettelijk met kracht tegen de poort aan duwde. Zij zat klem tussen zijn armen, lichaam en de poort. In totaal duwde de jongen vier of vijf keer hard, snel en met kracht met zijn schaamstreek van onder naar boven tegen haar billen aan. Zij kwam met haar linkerhand tegen de sleutel van de poort aan en zij voelde later een stekende pijn in haar hand. Zij schrok heel erg en was bang. [1]
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie;
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf
naar rato van twee uur per dag;
een jeugddetentie van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
[naam 3]van
€ 318,71ter zake van
materiële schadeen
€ 750,00ter zake van
immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 41,91;
aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[naam 3] € 1.068,71te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
[naam 4]van
€ 610,64ter zake van
materiële schadeen
€ 2.000,00ter zake van
immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[naam 5]van
€ 830,00, waarvan
€ 80,00ter zake van
materiële schadeen
€ 750,00ter zake van
immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[naam 5] € 830,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;