Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een chalet op camping Fort Oranje, vastgesteld op €51.000 per 1 januari 2017, en vorderde een waarde van €70.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en beriep zich op de Landelijke Taxatiewijzer Woonwagens en een bijzondere omstandigheid vanwege de overname van het beheer van de camping door de gemeente Zundert per 1 januari 2018.
Ter zitting werd het beroep tegen de aanslagen ingetrokken, maar het geschil over de WOZ-waarde bleef bestaan. De rechtbank oordeelde dat de bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 18, lid 3, onderdeel c van de Wet WOZ terecht werd toegepast, maar dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te laag was. De gehanteerde kortingen waren niet overtuigend onderbouwd en de jurisprudentie waarop werd gesteund was niet direct vergelijkbaar.
Omdat belanghebbende geen onderbouwing van zijn hogere waarde had geleverd, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €58.000. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter Bastiaansen op 23 januari 2020 in Breda.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de chalet wordt verhoogd naar €58.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten.