Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van een chalet op camping Fort Oranje, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €55.000. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op de Taxatiewijzer Woonwagens en paste kortingen toe wegens recreatiebestemming en een bijzondere omstandigheid: de overname van het beheer van de camping door de gemeente.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de heffingsambtenaar wisselende kortingen hanteerde, variërend van 60% tot 50% op de grondwaarde en een aanvullende korting van 15% tot 25% op de totale waarde. De rechtbank oordeelde dat deze aanvullende korting niet aannemelijk was gemaakt, mede omdat de jurisprudentie waarop deze was gebaseerd niet vergelijkbaar was met de unieke situatie van de chalet.
Belanghebbende trok het beroep tegen de aanslagen in, maar de waarde van de chalet bleef onderwerp van geschil. Omdat geen van partijen een aannemelijke waarde kon onderbouwen, stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €63.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verhoogde de WOZ-waarde en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De bijzondere omstandigheid van de overname van het beheer werd erkend als grondslag voor waarderingsaanpassing volgens artikel 18 lid 3 Wet Pro WOZ.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt de WOZ-waarde van de chalet naar €63.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar in proceskosten en griffierecht.