ECLI:NL:RBZWB:2020:2636
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar Wob-verzoek
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat inzake een Wob-verzoek. De rechtbank heeft het beroep versneld behandeld en zonder zitting beslist.
De staatssecretaris had uiterlijk op 25 december 2019 moeten beslissen op het bezwaar dat op 19 september 2019 was ingediend tegen een primair besluit van 20 augustus 2019. Deze beslistermijn is overschreden. Eiser stelde de staatssecretaris op 3 januari 2020 in gebreke en het beroep is daarom gegrond.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens moet de staatssecretaris het betaalde griffierecht van €178 aan eiser vergoeden. Proceskosten worden niet toegewezen omdat daarvoor geen aanleiding is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.