ECLI:NL:RBZWB:2020:2637
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ICT-beheerder met rol incidentcoördinator onvoldoende verklaard
Eiser, werkzaam als beheerder ICT met rol incidentcoördinator bij Defensie, werd beoordeeld over de periode mei 2016 tot januari 2018 met het totaaloordeel 'onvoldoende'. Dit oordeel werd bevestigd in het bestreden besluit, waartegen eiser beroep instelde.
Eiser stelde dat de beoordeling onrechtmatig tot stand kwam omdat hij niet door de tweede beoordelaar was gehoord, terwijl dit volgens de toepasselijke beleidsregel verplicht was. De rechtbank constateerde dat deze beleidsregel op het moment van het besluit nog van kracht was, maar paste het formele zorgvuldigheidsgebrek toch toe vanwege het ontbreken van belangenbeschadiging, mede omdat eiser in de bezwaarprocedure aangaf niet gehoord te willen worden.
Verder voerde eiser aan dat de beoordeling op onvoldoende gronden berustte, onder meer over onduidelijkheid over leidinggevende aansturing en het gebruik van controlemiddelen. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende concrete feiten en voorbeelden had aangedragen waaruit het onvoldoende functioneren bleek, zoals het niet naleven van afspraken over bereikbaarheid en gebruik van Cisco.
De rechtbank concludeerde dat de beoordeling bevoegd en op voldoende gronden was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de onvoldoende beoordeling van eiser wordt ongegrond verklaard.