ECLI:NL:RBZWB:2020:2640
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonsituatie
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om zijn recht op bijstand per 21 april 2020 in te trekken vanwege het niet woonachtig zijn op het opgegeven adres. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening onderzocht en vastgesteld dat verzoeker onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn hoofdverblijf.
De rechtbank baseert zich op de vaste rechtspraak dat de feitelijke woonplaats bepalend is voor het recht op bijstand en dat de belanghebbende verplicht is juiste en volledige informatie te verstrekken. Verzoeker erkende ter zitting niet te hebben gewoond op het opgegeven adres en kon zijn stellingen onvoldoende onderbouwen. Het college heeft het recht op bijstand terecht ingetrokken op grond van schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 54, derde lid, van de Participatiewet.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door het college. Ook is geen ruimte voor belangenafweging bij de intrekking van de bijstand wegens deze schending. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wordt afgewezen.