Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 18 juni 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats verzoekers] , verzoekers,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van verzoekers met inachtneming van deze uitspraak;
- treft de voorlopige voorziening dat het primaire besluit van 18 juli 2019 wordt geschorst tot en met de dag van de bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 356,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 2.625,-.