ECLI:NL:RBZWB:2020:2687
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- van Gessel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning en gerechtelijke vaststelling vaderschap na overschrijding termijn
Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vernietiging van de erkenning door haar juridische vader en tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar overleden biologische vader. Hoewel het verzoek buiten de wettelijke termijn is gedaan, heeft de rechtbank op grond van artikel 8 EVRM Pro de termijn niet gehandhaafd, aansluitend bij jurisprudentie van het EHRM (Paulik/Slowakije).
De feiten zijn dat verzoekster al tijdens haar minderjarigheid wist dat de juridische vader niet haar biologische vader was. Zij is erkend en gewettigd onder het oude afstammingsrecht. Na DNA-onderzoek is bevestigd dat de overleden heer [naam 4] haar biologische vader is. Zowel de moeder als de juridische vader maken geen bezwaar tegen het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat het vasthouden aan de wettelijke termijn een ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven van verzoekster oplevert. Daarom wordt de erkenning vernietigd en wordt het vaderschap van de biologische vader vastgesteld, mits de vernietiging is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De beschikking is uitgesproken op 10 juni 2020 en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De erkenning door de juridische vader wordt vernietigd en het vaderschap van de overleden biologische vader wordt vastgesteld.