ECLI:NL:RBZWB:2020:2693

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
AWB- 20_5170
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ongeldigverklaring rijbewijs door CBR

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 12 februari 2020 van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarin haar rijbewijs ongeldig werd verklaard. De rechtbank heeft eiseres schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en haar bij aangetekende brief verzocht dit binnen vier weken te voldoen.

Eiseres heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en zal de zaak zonder inhoudelijke behandeling worden afgedaan. De beslissing is genomen met inachtneming van de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J.G. Römers en openbaar gemaakt op 19 juni 2020. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet instellen bij de rechtbank.

Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/5170 WVW

uitspraak van 19 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,

en
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR),verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft in een ongedateerde brief (ingekomen bij de griffie op 4 maart 2020) beroep ingesteld tegen het besluit van 12 februari 2020 (bestreden besluit) van het CBR inzake de ongeldigverklaring van haar rijbewijs.

Overwegingen

1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Eiseres is schriftelijk gewezen op deze verplichting. Bij aangetekende brief van 8 april 2020 is eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek om betaling van het griffierecht geen betaling is ontvangen. Eiseres is voorts medegedeeld dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief dient te zijn overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Eiseres is er in deze brief op gewezen dat zij bij niet tijdige betaling het risico loopt dat het beroepschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard.
2. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.
3. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 8:41, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier, op 19 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.