ECLI:NL:RBZWB:2020:2697
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn WIA-uitkering per 5 september 2019. Tijdens de zitting op 13 mei 2020 is het onderzoek geschorst. Het UWV heeft het besluit op 28 mei 2020 gewijzigd door een IVA-uitkering toe te kennen met ingang van 13 januari 2018. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a Awb geoordeeld dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen en daarom veroordeeld in de proceskosten. De kosten zijn vastgesteld op € 1.050,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, bestaande uit 2 punten van elk € 525,- voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting.
Daarnaast is overwogen dat het UWV het griffierecht van € 47,- aan verzoeker dient te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een afzonderlijke veroordeling daarvoor niet nodig is. De uitspraak is gedaan door rechter Schotanus op 23 juni 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.050,- na wijziging van het besluit en intrekking van het beroep.