ECLI:NL:RBZWB:2020:2698

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
AWB- 19_4452
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in Ziektewetuitkering

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 11 juli 2019 betreffende haar aanspraak op een Ziektewetuitkering. Het UWV heeft dit besluit op 9 april 2020 gewijzigd, waarmee het gedeeltelijk aan verzoekster tegemoet is gekomen. Vervolgens heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb geoordeeld dat de gedeeltelijke tegemoetkoming aanleiding geeft tot veroordeling van het UWV in de proceskosten. De proceskosten zijn vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat het griffierecht van €47,- door het UWV aan verzoekster dient te worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van €525,- aan proceskosten.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten aan verzoekster na gedeeltelijke tegemoetkoming in haar beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 19/4452 ZW
uitspraak van 22 juni 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Hengelo), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 juli 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake haar aanspraak op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).
Bij besluit van 9 april 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 9 april 2020 dat het UWV in ieder geval gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 47,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 22 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.