Eiseres maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan Aron Investments B.V. had verleend voor het bouwen van 19 appartementen zonder voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiseres volgens hen geen belanghebbende was.
De rechtbank beoordeelde of eiseres een voldoende objectief, persoonlijk en actueel belang had dat haar onderscheidde van anderen en rechtstreeks werd geraakt door het besluit. Eiseres woont binnen 150 meter van het bouwperceel en stelt dat zij door de toename van parkeerdruk in haar woonomgeving wordt geraakt. Het parkeeronderzoek van het college was gebaseerd op een straal van 250 meter en concludeerde dat de parkeerdruk met het bouwproject onder de 85% zou blijven.
De rechtbank oordeelde dat gezien de afstand en het feit dat de parkeerdruk dicht bij de grens van aanvaardbaarheid ligt, eiseres aannemelijk belanghebbende is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en reiskosten van eiseres.