ECLI:NL:RBZWB:2020:2777
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit bezwaar huurtoeslag wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2011, maar dit bezwaar werd door de Belastingdienst niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. Eiser stelde dat hij in 2012 al bezwaar had gemaakt en een klacht had ingediend, maar kon dit niet aantonen met bewijs. De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst de reden van overschrijding niet had onderzocht en hierover niet had geoordeeld, wat onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit gebrekkig was voorbereid en daarom niet kon standhouden. Hoewel het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard, vernietigde de rechtbank het besluit omdat de procedure niet correct was gevolgd. De rechtbank besloot echter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, waardoor er voor eiser feitelijk niets verandert.
Het griffierecht wordt aan eiser vergoed, maar er zijn geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 26 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.