ECLI:NL:RBZWB:2020:2852
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onduidelijkheid bij woningsplitsing zonder vergunning
Eiser had een grondgebonden woning gesplitst in twee zelfstandige wooneenheden zonder omgevingsvergunning, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder legde een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen, maar de last was onvoldoende concreet omschreven.
De rechtbank oordeelde dat de last onder dwangsom niet duidelijk maakte welke herstelmaatregelen eiser moest nemen om de overtreding te beëindigen, wat in strijd is met artikel 5:32a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het rechtszekerheidsbeginsel. Hierdoor was het besluit niet rechtsgeldig.
Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijke omschrijving van herstelmaatregelen.