Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- feiten 1 en 2: op 20 mei 2019 in Goes heeft geprobeerd [naam 1] en [naam 2] met een mes te steken, wat aan verdachte wordt verweten als een poging doodslag, althans een poging zware mishandeling, althans een bedreiging van onderscheiden personen;
- feit 3: op 20 mei 2019 in Goes de autoband van [naam 1] heeft vernield;
- feit 4: op 20 mei 2019 bij [winkel] in Goes een mes heeft gestolen;
- feiten 5 en 6: op 17 februari 2019 in Vlissingen bijzonder opsporingsambtenaar [naam 4] heeft beledigd en bedreigd;
- feit 7: op 14 maart 2019 in Middelburg de auto van [naam 3] heeft vernield;
- feit 8: op 20 maart 2019 in Kapelle heeft geprobeerd een goed of een geldbedrag te stelen uit een tuin of een schuur, althans daar erfvredebreuk heeft gepleegd;
- feit 9: op 20 maart 2019 in Middelburg ongeveer 13,4 gram hasjiesj bij zich heeft gehad;
- feit 10: op 26 maart 2019 in Roosendaal bijzonder opsporingsambtenaar [naam 5] heeft beledigd;
- feit 11: op 26 maart 2019 in Roosendaal 58 gram hasjiesj bij zich heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Met betrekking tot feiten 9 en 11 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
1.meer subsidiair:
2.meer subsidiair:
5.(voorheen feit 1 onder parketnummer 02-038902-19)
9.(voorheen feit 2 onder parketnummer 02-066523-19)
11.(voorheen feit 2 onder parketnummer 02-071378-19)
5.De strafbaarheid
6.De op te leggen straf/maatregel
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De vorderingen tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair, 4, 6, 7, 8 en 10 tenlastegelegde feiten;
dele aan een ander toebehoort vernielen;
aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige
uitoefening van zijn bediening;
van de Opiumwet gegeven verbod
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verplegingvan overheidswege;
een gevangenisstraf van 3 maanden;
een geldboete van € 100,00 voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
2 dagen;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 382,19, waarvan € 132,19 ter zake van materiële schade en € 250,00 ter zake van immateriële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 20 mei 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;