ECLI:NL:RBZWB:2020:2963

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 juni 2020
Publicatiedatum
8 juli 2020
Zaaknummer
20/6324
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling inzake last onder dwangsom permanente bewoning recreatiewoning

Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland tot opleggen van een last onder dwangsom om de permanente bewoning van een recreatiewoning te staken. Zij vroegen tevens om een voorlopige voorziening en verzochten later om veroordeling van het bestuursorgaan in de proceskosten nadat zij hun verzoek om voorlopige voorziening introkken.

De voorzieningenrechter overwoog dat het bestuursorgaan met het besluit van 7 mei 2020 de begunstigingstermijn voor het verbeuren van de dwangsom had verlengd tot één dag na de beslissing op het bezwaarschrift. Dit werd gezien als een tegemoetkoming aan verzoekers. Bovendien was de termijn waarbinnen verweerder moest reageren redelijk, mede omdat verzoekers na 7 mei nog voldoende tijd hadden om alsnog een voorlopige voorziening te vragen.

Gelet hierop was er geen grond om het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten. Wel werd het door verzoekers betaalde griffierecht terugbetaald. De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenveroordeling af en sprak de uitspraak openbaar uit op 4 juni 2020.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan binnen een redelijke termijn aan verzoekers is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/6324 GEMWT VV
uitspraak van 4 juni 2020 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekers] , te [woonplaats verzoekers] , verzoekers,

gemachtigde: mr. J.P. Hoegee
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben bij brief van 23 april 2020 bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 20 april 2020 (bestreden besluit) inzake de last onder dwangsom tot het staken en gestaakt houden van de illegale bewoning van de recreatiewoning op het perceel [adres perceel] te [plaats perceel] .
Zij hebben tevens bij brief van 1 mei 2020 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 7 mei 2020 heeft verweerder te kennen gegeven dat de uitvoering van het bestreden besluit wordt opgeschort tot de eerste dag na de dag waarop de beslissing op het bezwaarschrift bekend is gemaakt.
Vervolgens hebben verzoekers het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft bij brief van 20 mei 2020 gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2.1
De voorzieningenrechter overweegt dat in het bestreden besluit is bepaald dat de dwangsom van € 25.000,-- niet wordt verbeurd tot één maand na de verzenddatum van dit besluit. Het bestreden besluit is op 21 april 2020 verzonden. Verzoekers hebben in hun bezwaarschrift van 23 april 2020 aangekondigd dat zij zich genoodzaakt zien om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen, tenzij verweerder bereid is de begunstigingstermijn op te schorten totdat op het bezwaar is beslist. Daarbij hebben verzoekers aangegeven dat zij graag binnen één week de reactie van verweerder vernemen.
2.2
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het besluit van 7 mei 2020 dat verweerder aan verzoekers is tegemoetgekomen. Vast staat echter ook dat verweerder met dit besluit positief heeft gereageerd op de suggestie van de gemachtigde van verzoekers om de begunstigingstermijn van 21 mei 2020 te verlengen tot één dag na verzending van de beslissing op het bezwaarschrift. Het bezwaarschrift, met daarin de suggestie om de begunstigingstermijn te verlengen, is op 28 april 2020 bij de gemeente Schouwen-Duiveland ingekomen. Drie dagen later, op 1 mei 2020, hebben verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan echter niet gezegd worden dat verweerder met zijn besluit van 7 mei 2020 niet binnen een redelijke termijn de door verzoekers gewenste reactie heeft gegeven. Daarbij is in aanmerking genomen dat verzoekers na 7 mei 2020 nog twee weken de tijd hadden om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen in het geval dat verweerder geen redelijke termijn in acht genomen zou hebben voor het verlengen van de begunstigingstermijn.
3. Dit brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat er geen aanleiding is om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.
4. De voorzieningenrechter overweegt ten overvloede dat de griffier op grond van artikel 8:82, vierde lid, van de Awb het door verzoekers betaalde griffierecht zal terugbetalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2020.
P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.