Eiser ontving vanaf januari 2019 een uitwonendenbeurs, maar DUO herzag deze voor de periode januari tot juni 2019 naar een thuiswonendenbeurs, omdat uit onderzoek bleek dat eiser niet op het geregistreerde BRP-adres woonde. Dit leidde tot een terugvordering van €1.269,60.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij wel degelijk op het BRP-adres woonde, maar door onregelmatige aanwezigheid en onzorgvuldigheid van het huis- en buurtonderzoek niet werd aangetroffen. Hij voerde aan dat de verklaringen van buren slechts vermoedens zijn en dat hij onomstotelijk bewijs ontbrak.
DUO stelde dat het buurtonderzoek voldoende aannemelijk maakte dat eiser niet op het BRP-adres woonde, en dat eiser geen objectief en controleerbaar bewijs had geleverd om dit te weerleggen. De rechtbank oordeelde dat DUO aannemelijk had gemaakt dat eiser niet op het BRP-adres woonde en dat eiser niet had voldaan aan de strenge bewijsvereisten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek tot wijziging van het besluit af. De rechtbank wees ook een proceskostenveroordeling af.