Verzoeker diende op 16 januari 2020 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering, maar het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze af omdat verzoeker niet aannemelijk maakte dat hij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde. Verzoeker had onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie, met name over de periode dat hij in Roemenië woonde van eind 2017 tot oktober 2019.
Het college vroeg herhaaldelijk om aanvullende bewijsstukken, waaronder bankafschriften en verklaringen over zijn inkomsten en levensonderhoud, maar verzoeker kon deze niet overleggen. Verzoeker stelde dat hij geen gegevens kon verstrekken omdat de bank failliet was en hij geen verdere informatie had. Ook gaf hij aan dat hij sinds zijn terugkeer in Nederland geen inkomsten had en door familie werd ondersteund.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht om gegevens vroeg over een langere periode dan de laatste drie maanden voorafgaand aan de aanvraag, gezien de langdurige verblijfperiode in Roemenië. Verzoeker voldeed niet aan zijn medewerkingsplicht en gaf onvoldoende controleerbare informatie. Daarom was het college bevoegd de aanvraag af te wijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.