Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 3 mei 2019 een auto aan de Industriekade in Breda, waar parkeerbelasting verschuldigd is van maandag tot en met zaterdag tussen 9:00 en 20:00 uur. Tijdens een controle omstreeks 19:16 uur bleek dat geen parkeerbelasting was betaald, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd.
Belanghebbende stelde dat hij om 18:36 uur met zijn pinpas € 2,- had betaald bij de parkeerautomaat, die een parkeertijd tot 09:07 uur de volgende dag aangaf. Het bedrag werd echter direct teruggeboekt, mogelijk door een technische storing. De heffingsambtenaar betoogde dat de transactie was afgebroken, wat zichtbaar was op het scherm en de kwitantie, en dat terugboeking duidt op een mislukte betaling.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor een storing en dat belanghebbende redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de betaling niet was geslaagd. Opzet of schuld zijn niet vereist voor het opleggen van een naheffingsaanslag; het feit dat geen parkeerbelasting is betaald is voldoende. Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.