Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 24 mei 2019 te Wagenberg, gemeente Drimmelen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Wagenbergsebaan (N285) zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig naar links over een verdrijvingsvlak te sturen en naar links over de rijbaan (bestemd voor het tegemoetkomend verkeer) te sturen, terwijl een bestuurder van een motorfiets het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig links wilde inhalen en die motorrijder zich (gedeeltelijk) links naast het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig bevond, waardoor het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in aanrijding/botsing is gekomen met die motorrijder, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken sleutelbeen en ernstig letsel aan de borstkas en meerdere gebroken ribben en een breuk in het rechter schouderblad en een breuk aan een onderarm, werd toegebracht;
die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Wagenberg, gemeente Drimmelen op/aan de Wagenbergsebaan (N285) op 24 mei 2019 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, aan een motorrijder, genaamd [slachtoffer] , letsel en schade was toegebracht.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 4 maanden;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 5 jaar;
[slachtoffer]van
€ 7.137,83, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen vanaf 24 mei 2019 tot aan de dag der algehele betaling, waarvan een bedrag van € 2.137,83 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 ter zake van immateriële schade;
70 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
hij op of omstreeks 24 mei 2019 te Wagenberg, gemeente Drimmelen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Wagenbergsebaan en/of de N285 zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, naar links over een verdrijvingsvlak te sturen en/of (gedeeltelijk) naar links over de rijbaan (bestemd voor het tegemoetkomend verkeer) te sturen, (zulks) terwijl een bestuurder van een motorfiets het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig links wilde inhalen en/of die motorrijder zich (gedeeltelijk) links naast het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig bevond, (mede) waardoor het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in aanrijding/botsing is gekomen met die motorrijder, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken sleutelbeen en/of ernstig letsel aan de borstkas en/of meerdere gebroken ribben en/of een breuk in het rechter schouderblad en/of een breuk aan een onderarm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
(art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994)
(art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994)
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Wagenberg, gemeente Drimmelen op/aan de Wagenbergselaan en/of de N 285, op of omstreeks 24 mei 2019 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten een motorrijder, genaamd [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht.
(art 7 lid 1 ahf Pro/ond a Wegenverkeerswet 1994)